Uitspraak: Eenzijdig wijzigen (4)

Samenvatting
Kan de ondernemer de faciliteitenregeling die voorziet in compensatie van OR-uren eenzijdig wijzigen? (niet gepubl. 18-08-1999)

Uitspraak Rechtbank Amsterdam: Ja, de oorspronkelijke faciliteitenregeling is namelijk geen ondernemingsovereenkomst zoals bedoeld in art. 32 lid 2 WOR. Er is alleen sprake van zo'n overeenkomst als OR en ondernemer uitdrukkelijk de bedoeling hadden de bevoegdheden van de OR uit te breiden en/of zich te binden aan voorschriften die de WOR aanvullen.

Situatie:
Bij de Openbare Bibliotheek Amsterdam (OBA) gold vanaf 1983 een compensatieregeling OR-uren, die erop neer kwam dat voor compensatie in totaal voor het ondernemingsraadswerk 80 uur per week beschikbaar werd gesteld. De OR-leden met een part-time dienstverband hadden in eerste instantie zelf het recht om deze compensatie-uren te claimen, voor welke uren zij een contractuitbreiding konden krijgen. Indien de part-timer dit niet wilde kon de werkeenheid van het OR-lid, evenals de werkeenheid van het OR-lid dat full-time werkte, de compensatie-uren zelf verdelen. Op 10 maart 1998 deed de ondernemer aan de Ondernemingsraad een voorstel tot wijziging van de faciliteiten voor OR-werkzaamheden, dat onder meer inhield dat de compensatieregeling zodanig zou worden gewijzigd dat de compensatie-uren voortaan worden toegekend aan de werkeenheid waar het OR-lid werkt en dat het sectorhoofd, in overleg met het afdelingshoofd, bepaalt of het noodzakelijk is om tot compensatie over te gaan. De ondernemer en de Ondernemingsraad konden geen overeenstemming bereiken over dit voorstel. De Ondernemingsraad vroeg, na verzoek om bemiddeling en advies aan de Bedrijfscommissie, de Kantonrechter te bepalen dat de ondernemer niet gerechtigd is de compensatieregeling eenzijdig te wijzigen.

Kantonrechter:
De wijze waarop de uren die OR-leden besteden aan OR-werk intern worden gecompenseerd, vindt geen regeling in de WOR. Noch art. 18, noch één van de overige bepalingen van de WOR geven hieromtrent regels, waarvan bij niet naleving door de ondernemer op grond van de WOR nakoming kan worden verlangd. De Ondernemingsraad is dan ook niet ontvankelijk in zijn verzoek.

Rechtbank:
De compensatieregeling uit 1983 is niet te beschouwen als een ondernemingsovereenkomst als bedoeld in art. 32 lid 2 WOR, zodat de Ondernemingsraad niet op grond van dit artikel, in samenhang met art. 36 lid 2 WOR, ontvankelijk is in een verzoek tot naleving van die regeling. Wil beroep op art. 32 lid 2 WOR kunnen slagen, dan zal buiten twijfel moeten zijn dat beide partijen destijds uitdrukkelijk hebben beoogd de bevoegdheden van de Ondernemingsraad uit te breiden en/of zich te binden aan aanvullende voorschriften over het bij of krachtens de WOR bepaalde. Ten tijde van de totstandkoming van de compensatieregeling in 1983 bevatte de WOR nog geen regeling inzake de ondernemingsovereenkomst. De compensatieregeling is tot stand gekomen doordat "in de overlegvergadering van 28 juli 1983 overeenstemming (is) bereikt over het besluit van de directie dat...". Onvoldoende aanwijzing dat de ondernemer uitdrukkelijk heeft beoogd zich te binden aan bepaalde aanvullende voorschriften en aldus haar eigen bevoegdheden, waartoe de wijze van interne compensatie behoort, in te perken op een wijze als nu geregeld in art. 32 lid 2 WOR. Gesteld noch gebleken dat nu sprake is van concrete benadeling als bedoeld in art. 21 WOR. De ondernemer voldoet aan zijn verplichting van art. 18 WOR en uit dat artikel vloeit niet voort een verplichting tot het invoeren en/of handhaven van een compensatieregeling. Het is aan de ondernemer te bepalen hoe zal worden voorzien in werkzaamheden die ten gevolge van deelname aan OR-werk niet door OR-leden zelf kunnen worden verricht. De enkele omstandigheden dat door wijziging van de compensatieregeling in de toekomst wellicht eerder benadeling zal kunnen optreden is voor optreden op grond van dit artikel onvoldoende. De Ondernemingsraad is dus niet ontvankelijk in zijn verzoek. Verwerpt het beroep.

DATUM UITSPRAAK: 18 augustus 1999
RECHTERLIJK COLLEGE: Rechtbank Amsterdam
NAAM PARTIJEN: Ondernemingsraad Stichting Openbare Bibliotheek Amsterdam / Stichting Openbare Bibliotheek mAmsterdam (OBA)
VINDPLAATS: niet gepubliceerd

Advokatenkollektief Utrecht


print deze pagina