Nederlandse bedrijven gedijen niet bij Angelsaksische spelregels
Nederlandse bedrijven hebben de afgelopen jaren op grote schaal het Angelsaksische aandeelhoudersdenken omarmd. Maar daar zijn ze niet beter van gaan presteren, maar slechter. Dat blijkt uit onderzoek waarop bedrijfskundige Pieter-Jan Bezemer in maart aan de Erasmus Universiteit Rotterdam promoveerde. Bezemer noemde zijn proefschrift Diffusion of Corporate Governance Beliefs. Dat laatste woord gebruikt hij niet voor niets, want het omarmen van Angelsaksische principes door Nederlandse bedrijven blijkt irrationele kanten te hebben.
Het Angelsaksische 'shareholderdenken' wordt vaak tegenover het 'stakeholderdenken' geplaatst, dat kenmerkender wordt geacht voor het vasteland van Noordwest-Europa. In dit Rijnlandse model draait niet alles om de aandeelhouder en om kortermijngewin, maar wordt ook naar de lange termijn gekeken, en naar belangen van meer partijen.
Bezemer stelde vast dat het Angelsaksische denken tussen 1992 en 2006 veel opgang heeft gemaakt bij de top-100 van Nederlands beursgenoteerde bedrijven: de aanhang groeide van 13 naar 74 procent. Kenmerkend vindt Bezemer dat de beloning van bestuurders wordt gekoppeld aan de ontwikkeling in de waarde van aandelen (en opties op aandelen) van het eigen bedrijf. Wat hij ook kenmerkend vindt is dat bedrijven, om de koers op te drijven, veel geld besteden aan het van de markt halen van eigen aandelen.
Tegelijkertijd stelde Bezemer vast dat bedrijven die hiertoe zijn overgegaan, een duidelijk slechter rendement behaalden op hun activa dan bedrijven die zich aan het Rijnlandse model houden. Zijn onderzoek bevat ook aanwijzingen dat ze minder investeren in onderzoek en ontwikkeling. En zelfs op de beurs boekten ze geen positiever resultaat, want daarin scoren beide categorieën gelijk. 'Terwijl je daarin juist een positief verschil zou verwachten', zegt de onderzoeker.
Bezemer gaat niet zo ver dat hij nu bewezen acht dat het Rijnlandse model economisch superieur is aan het Angelsaksische. Wel denkt hij dat Nederlandse bedrijven die dit model omarmen, op iets zijn overgestapt wat minder bij ze past en waarin ze eigenlijk niet goed zijn. Of dat in de toekomst gaat veranderen laat zich moeilijk vaststellen. Bezemer ziet dat er een tegenbeweging is die aan kracht wint, maar daar staat tegenover dat het shareholderdenken de wind in de rug heeft van de financiële wereldmarkt. Die invloed is zo sterk dat ook grote Nederlandse pensioenfondsen het tij niet hebben gekeerd. Bezemer vindt het echter wel erg opvallend dat familiebedrijven veel minder in de trend zijn meegegaan en juist goed bleven presteren.
Opmerkelijk is verder Bezemers bevinding dat het oude Nederlandse toezichthoudersnetwerk uiteen is gaan vallen en dat dit op zichzelf een factor is die ten koste gaat van innovatief vermogen. 'Die netwerken hebben toch ook een functie voor de verspreiding van kennis', zegt hij daarover.
print deze pagina