Flextronics loopt voorop met nieuwe EOR

Flextronics is een wereldwijd opererende onderneming die zich specialiseert in de assemblage van elektronische componenten.

Sinds maart 2009 heeft het bedrijf een EOR die vooruitloopt op de nieuwe Europese richtlijn. Voorzitter Ingo Pink kan dat vooral merken aan het overleg over het hr-beleid.

Flextronics is een Amerikaans bedrijf, met het hoofdkantoor in Singapore. Het is actief in een flink aantal EU-lidstaten. Het initiatief om een EOR op te richten dateert al van 2005 en ging uit van Poolse, Duitse en Franse werknemers.
De onderhandelingen verliepen aanvankelijk probleemloos, maar raakten tijdelijk in het slop toen de vraag aan de orde kwam onder welk landenrecht de nieuwe EOR moest functioneren. Ook al vond het management het best belangrijk om überhaupt tot een overeenkomst te komen en niet onder de Europese vangnetregeling te komen, er werd geen overeenstemming bereikt.
Toen de bijzondere onderhandelingsgroep de hulp van Mariëlle van der Coelen (EOR Service) inriep, werd de impasse doorbroken. Ze wees erop dat het management formeel zelf bevoegd is in deze kwestie, en stelde voor om de onderhandelingen te focussen op rechten en bevoegdheden, en daarbij de nieuwe EOR-richtlijn, die toen nog in een ontwerpfase verkeerde, als uitgangspunt te nemen. Haar voorstel viel bij beide partijen in goede aarde en in maart 2009 had Flextronics een EOR-overeenkomst. Met algemene stemmen werd Ingo Pink uit Oostenrijk tot voorzitter gekozen.
Wat vindt hij de belangrijkste verworvenheden die hiermee binnen bereik zijn gekomen? Zijn antwoord: 'Ten eerste het scholingsrecht, dat is gebaseerd op de nieuwe EOR-richtlijn. Ten tweede: naast de jaarlijkse bijeenkomst tussen EOR en management komen wij tussendoor vier keer per jaar bijeen als steering committee, dat wil zeggen de vier dagelijks bestuurders van de EOR en drie afgevaardigden van het management; dat geeft veel meer menselijk contact dan alleen een jaarlijkse bijeenkomst. Als EOR hebben wij ook het recht om vestigingen te bezoeken. Verder hebben we een vraagrecht, dat wil zeggen het recht om het management buiten de bijeenkomsten om te benaderen met kwesties die ons bezighouden. Ook hebben we een aanvullende regeling voor wat onze rechten zijn in buitengewone omstandigheden.'
Pink vindt het allemaal wezenlijke verbeteringen, ook al zijn ze nog niet allemaal in de praktijk getoetst. Zo is er - gelukkig - nog geen gelegenheid geweest om te toetsen hoe de regeling voor buitengewone omstandigheden functioneert. De eerste bijeenkomst van het steering committee moet nog plaatsvinden (dat zal in juli gebeuren, in Boedapest) en ook het hoofstuk 'scholing' is nog niet ingevuld. Maar het nieuwe vraagrecht wordt al volop gebruikt. Pink: 'We hebben al zeer veel vragen gewisseld met het Europese hr-management over grensoverschrijdende personeelsaangelegenheden. Aan de orde kwamen bijvoorbeeld een nieuw ict-beleid, en het plan van de bedrijfsleiding voor een gemeenschappelijke personeelsdatabank. Als EOR spannen wij ons in om die databank aan eisen op het gebied van privacybeschernming te laten voldoen. Zulke discussies konden wij voor de komst van de EOR niet voeren.'


print deze pagina