Belangstelling voor duurzaam belonen
Eén zwaluw maakt nog geen zomer, maar het is toch een interessante ontwikkeling: bedrijven die de bonussen van hun bestuurders afhankelijk maken van doelstellingen op de langere termijn, doelstellingen ook met een meer maatschappelijk karakter.
De Nederlandse chemiereus DSM heeft de bonussen van bestuurders voor een deel afhankelijk gemaakt van milieudoelstellingen als minder energieverbruik, lagere uitstoot van broeikasgassen en introductie van 'groene' producten. Een externe accountant ziet daarop toe. Andere grote Nederlandse bedrijven, zoals Shell, ING en het postbedrijf TNT, namen vergelijkbare initiatieven.
Eigenlijk is de toon eerder al gezet. AkzoNobel dat in 1993 als een van de eerste bedrijven milieuverslagen ging publiceren, heeft eind 2008 de bonussen van bestuurder voor een groot deel direct gekoppeld aan de positie van het bedrijf op de Dow Jones Sustainability Index. Deze DJSI is een maatstaf voor milieubeleid maar ook voor sociaal beleid. AkzoNobel hecht waarde aan een hoge positie op die index, maar tot nu toe was dat vooral omdat veel eigen werknemers daar aan hechten. Het zag er verder geen voordelen in qua aantrekkingskracht voor beleggers.
Daar zou nu wel eens verandering in kunnen komen, verwacht de Nederlandse belangenbehartiger van beleggers VEB. Ook Erik Breen, 'hoofd verantwoord beleggen' van de investeringsbank Robeco, stelt dat beleggers meer gewicht gaan toekennen aan zaken als duurzaamheid, een fatsoenlijke omgang met werknemers en naleving van mensenrechten. Volgens hem heeft de financiële crisis een merkbare verandering van het klimaat ingeluid. Dat is in lijn met recent onderzoek van de Erasmus Universiteit Rotterdam onder 100 toezichthouders van beursgenoteerde en andere bedrijven: bij het vaststellen van variabele beloningen moeten we, vinden zij, ons meer gaan aantrekken van maatschappelijk ongenoegen.
Met name bedrijven die tijdens de financïële crisis staatssteun kregen, trekken hieruit consequenties voor een bonusbeleid: een beetje soberder, en vooral minder op de korte termijn gericht. SNS Reaal beet het spits af, ABN Amro, Fortis, ING en Van Lanschot Bankiers volgden of willen volgen.
Europese ondernemingsraden die op deze klimaatverandering willen inspelen, kunnen aanknopingspunten vinden in de publicatie 'Duurzame remuneratie' van de Nederlandse VBDO (Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling), een organisatie waarin vertegenwoordigers van vakcentrales en Oxfam Novib vertegenwoordigd zijn, maar ook bijna de hele Nederlandse financiële wereld. De VBDO constateerde in het voorjaar van 2009 dat bedrijven wel willen veranderen, maar moeite hebben met het hoe. Het vroeg adviseurs van DHV en Hay Group daarbij te helpen. Het Nederlandse ministerie van Economische Zaken (EZ) betaalde mee. Het resultaat werd op 18 januari 2010 aangeboden aan de toenmalige staatssecretaris van EZ, Heemskerk. De VBDO vindt dat bedrijven hun bonussen voor een derde aan duurzaamheidsdoelstellingen moeten koppelen en dat 60 procent van de variabele beloning van ondernemingsbestuurders moet afhangen van langetermijndoelstellingen. Het onderzoek noemt tal van bedrijven uit de hele wereld die zich op dit gebied, op wat voor manier dan ook, gunstig onderscheiden en gaat in op de gebruikte methoden en technieken.
Zomer is het echter nog niet. De Nederlandse minister van Economische Zaken, Maria van der Hoeven, weigert de VBDO-doelstellingen op te leggen aan bedrijven waarin de staat participeert, zoals parlementariërs van de kleine christelijke partij CU voorstelden. De christendemocrate houdt vast aan het principe van zelfregulering en wacht de resultaten af van een benchmarkonderzoek dat jaarlijks plaatsvindt bij Nederlands 500 grootste ondernemingen.
www.sustainability-index.com
www.vbdo.nl
print deze pagina