Vertrouwelijkheid accepteren spreekt niet vanzelf
Management heeft nog al eens de neiging informatie heel snel als vertrouwelijk te bestempelen. Werknemersvertegenwoordigers uit verschillende landen hebben uiteenlopende opvattingen over hoe men met vertrouwelijke informatie moet omgaan. 3 december kwam het EOR Platform bij elkaar om te praten over de omgang met vertrouwelijke informatie
Eerst werden de juridische achtergronden uiteengezet. Daarbij werd benadrukt dat er feitelijk geen wettige grond bestaat voor het management om werknemers informatie te onthouden met een beroep op beursregels of fusie- en overnamewetgeving. Die regels bevatten namelijk voldoende ruimte om toe te staan dat werknemersvertegenwoordigers onder vertrouwelijkheid worden ingelicht. Tot nu toe heeft alleen de Britse overheid dat helder op papier gezet. Het zou goed zijn als ook de Nederlandse overheid met een officiële uitleg zou komen over de relatie tussen het informatierecht van werknemers enerzijds en regels die bedoeld zijn om handel met voorkennis uit te bannen anderzijds.
Vervolgens vertelde Peter de Boer, voorzitter van de EOR van Sara Lee (Douwe Egberts) hoe hij met dit vraagstuk is omgegaan bij de verkoop van een deel van de huishoudelijke en bodycaredivisie aan Unilever. Het management van Sara Lee wilde alléén de EOR-voorzitter in vertrouwen nemen. De Boer mocht zijn collega's in het beperkt comité of de EOR niets vertellen. Terugkijkend op de voors en tegens van deze aanpak, kwam hij tot de volgende conclusie. Door erin mee te gaan heeft hij kunnen bereiken dat de hele EOR snel bij elkaar kon komen toen de informatie eenmaal verder naar buiten mocht. Maar aan het verkoopproces zelf viel verder niets meer te beïnvloeden.
Gezien de lastige situatie waarin je komt te zitten als je niets mag delen met je collega's, heeft hij in samenspraak met zijn collega's in het beperkt comité besloten om zich niet meer in zo'n situatie te laten brengen. Tenzij het hele beperkt comité vertrouwelijk geïnformeerd wordt. De meeste aanwezigen dachten er hetzelfde over. Ze vonden het niet werkbaar als de EOR-voorzitter informatie krijgt die hij vervolgens met niemand mag delen. Verschillende mensen hebben wel eens geweigerd om onder die voorwaarde geïnformeerd te worden, en geen van hen heeft daar achteraf spijt van gekregen.
Wat ook wel eens wordt aangevochten is de voorwaarde dat informatie niet mag worden gedeeld met lokale ondernemingsraden. Een goed argument daarbij is dat een EOR-lid bij terugkomst in eigen land vragen kan krijgen van zijn of haar collega's. Als je dan niets mag zeggen, leidt dat alleen maar tot onrust.
Een lastig punt in dit soort kwesties is het verschil in cultuur tussen bedrijven en landen. Soms verwacht het management juist dat je toch wel iets zult doorvertellen, en er zodoende aan bijdraagt om 'de geesten rijp te maken'. In andere gevallen gaat men er wel degelijk van uit dat een afspraak om niets door te vertellen volledig wordt nagekomen.
Over de vraag wie wanneer moet worden geïnformeerd en geconsulteerd ontspon zich een interessant debat. Moet de EOR altijd vóór de lokale ondernemingsraden worden geïnformeerd en geconsulteerd? Dat ligt ook aan de rechten van de betrokken landen, daaraan mag in ieder geval niet getornd worden. Maar men moet elkaar ook niet voor voldongen feiten plaatsen.
Zeker in het licht van de vernieuwde richtlijn is dat een interessant thema voor een volgende bijeenkomst.
Platformbijeenkomst 02 maart 2010
print deze pagina