Interessante doorbraken bij nieuwe overeenkomsten
Een van de langst bestaande Nederlandse Europese ondernemingsraden, die van het voedingsmiddelenconcern Wessanen, heeft zijn overeenkomst vernieuwd. Onderdeel van de overeenkomst is een protocol dat nadere regels stelt voor het proces van raadpleging. Vermeldenswaard zijn de volgende regels.
1. Het hoofdbestuur is verplicht de EOR schriftelijk antwoord te geven binnen 28 dagen nadat de EOR zijn advies heeft uitgebracht. Dat antwoord moet ten minste de eindbeslissing van het hoofdbestuur bevatten, de eraan ten grondslag liggende argumenten geven en meedelen hoe en in welke mate het EOR-advies van invloed is geweest bij het voorbereiden van de eindbeslissing.’
2. Als en voor zover het management afwijkt van de mening die de EOR geuit heeft, zal de EOR het recht hebben op nadere ontmoetingen met het management of enig ander bevoegd orgaan van Wessanen Group om alsnog tot overeenkomst te komen. Deze vervolgontmoetingen zullen zo spoedig mogelijk plaatsvinden, waarbij in aanmerking genomen wordt dat EOR-leden gelegenheid moeten hebben om de beschikbare informatie te bestuderen en zo nodig aanvullende informatie te verkrijgen, om hun lokale achterbannen te raadplegen, de mogelijkheid moeten hebben om extern advies in te winnen en binnen de EOR tot een standpunt te komen.’
7. Als de EOR verzoekt om een extra bijeenkomst, is niet vereist dat de raad de waarschijnlijkheid van 'aanmerkelijke gevolgen' aantoont. Voor een verzoek om een buitengewone bijeenkomst bijeen te roepen volstaat dat het redelijk is om aan te nemen dat omstandigheden of besluiten kunnen uitmonden in 'aanmerkelijk gevolgen' voor de werknemers.
Bij Wessanen is ook afgesproken om bij een conflict in eerste instantie gebruik te maken van een mediation-commissie. In geval van een geschil tussen het management en de EOR kan een geschillencommissie worden ingesteld. Deze commissie zal bestaan uit een vertegenwoordiger van de EOR, een lid van het management en een onafhankelijk lid, aan te wijzen door de EOR en het management samen. De aanbevelingen aangaande geschillen zijn bindend.
Deze bepaling vinden we ook terug in de nieuwe overeenkomst bij het verfconcern PPG, al heeft men daar afgezien van de bepaling dat de aanbevelingen van de mediationcommissie bindend zijn. Interessant bij PPG is verder dat daar expliciet is vastgelegd dat de EOR recht heeft op centraal verzorgde trainingsdagen.
Een ander onderwerp dat bij PPG goed is geregeld, is het recht om andere vestigingen te bezoeken: 'EOR-leden die werknemers vertegenwoordigen die werkzaam zijn in een ander dan hun eigen vestiging, zal de gelegenheid geboden worden om bijeen te komen met de gekozen werknemersvertegenwoordiging ter plaatse, waar relevant.'
print deze pagina