Hoe de EOR van Alcoa een drastische sanering aanpakte

Begin januari 2009 kondigde Alcoa het ontslag aan van 13.500 werknemers, en daar bovenop de voorgenomen verkoop van drie Europese divisies, met nog eens 23 duizend werknemers. Een belangrijk deel van deze voornemens is inmiddels uitgevoerd. Toch heeft de EOR zich niet onbetuigd gelaten.
Al meteen bleek dat het hoogste Europese management nauwelijks betrokken was bij de besluitvorming op topniveau. Vragen van de EOR konden nauwelijks worden beantwoord en in Tsjechië en Hongarije werd al meteen begonnen met de uitvoering. De raad eiste binnen twee weken betere informatie over de motieven, en een goed overzicht van de consequenties. Alle collega's werden via een nieuwsbrief geïnformeerd. Tevens benaderde de EOR lokale vakbonden, en schreef hij de CEO van Alcoa een brief waarin deze aan de positie van de EOR werd herinnerd.

De maanden erna bleef het management weinig scheutig met informatie: geen goede cijfers, geen bedrijfsanalyse, geen business cases, en vooral ook geen toezeggingen. De EOR legde zich er niet bij neer, temeer omdat er in 2007 nog enorme winsten waren gemaakt. De raad kreeg de steun van lokale vakbondsbestuurders en van het Europees Verbond van Vakverenigingen (EVV), dat eventuele acties wilde ondersteunen. De EOR raadpleegde financieel deskundigen en informeerde opnieuw de achterban.
Nieuws over de verkoop is er in deze periode nauwelijks, wel over nieuwe reorganisaties. Hierover geeft de EOR advies. Met het management worden afspraken gemaakt over de rol van de EOR bij de verkoop van de divisies. Voor elk daarvan worden criteria opgesteld. Het management belooft dat de EOR benaderd wordt zodra er drie gegadigden zijn.

Voor de grootste divisie (9000 werknemers) is met slechts een gegadigde gesproken, zo blijkt als de EOR onder de grootste geheimhouding wordt geïnformeerd. Het gaat om een financiële partner, niet de eerste voorkeur van de EOR. De raad reageert met het opstellen van een lijst vragen, en vraagt om een ‘letter of comfort’.
Het management voert de tijdsdruk op met het verzoek om binnen veertien dagen te adviseren. De EOR wil ook graag duidelijkheid. Maar hoe coöperatief is het management zelf? Dat geeft algemene antwoorden op specifieke vragen, en geen garanties. Uiteindelijk brengt de EOR een zeer negatief advies uit.
De EOR treedt wel in overleg over toezeggingen van de potentiële koper. Volgens de EOR zijn deze toezeggingen niet voldoende. Maar op de valreep wil de potentiële koper verdergaan. Vooral het feit dat hij instemt met de instelling van een integratiecommissie is voor de EOR belangrijk. Deze commissie wordt opgestart tijdens de integratiefase en zal doorgaan totdat de verkochte divisie een echte EOR heeft. Hiermee is gezorgd voor transparantie van de verdere besluitvorming.


print deze pagina