Interview Boudewijn Berentsen en Petra Molenaar
Na twaalf jaar coördinator van de EOR Service bij FNV Formaat te zijn geweest, heeft Boudewijn Berentsen op 1 december afscheid genomen. Hij is inmiddels opgevolgd door Petra Molenaar. Een interview.
Toen Boudewijn Berentsen in 1996 op verzoek van de FNV startte met de EOR Service was er nog niets. Nu twaalf jaar later is de EOR Service uitgegroeid tot een toonaangevend ondersteuningsbureau voor Europese ondernemingsraden; niet alleen in Nederland maar ook in andere Europese landen. ‘Het was zeker in die beginjaren pionieren. Het fenomeen EOR was nog redelijk onbekend. Er was ook nog geen specifieke ondersteuning voor EOR’en. Op initiatief van de FNV zijn we daarmee begonnen. En in de loop der jaren is gebleken dat we voorzien in een grote behoefte.’
Met enige weemoed heeft Boudewijn op 1 december jongstleden afscheid genomen als coördinator van de EOR Service en is zakelijk directeur geworden van het Muziekgebouw aan ’t IJ in Amsterdam. ‘En dat is’, zo erkent hij, ‘totaal iets anders. Maar naast medezeggenschap is muziek mijn tweede passie. De mogelijkheid deed zich voor om mij daar beroepsmatig mee bezig te houden. Aangezien zo’n kans zicht niet zo vaak voordoet, heb ik “ja” gezegd.’
Boudewijn is opgevolgd door Petra Molenaar. Zij is geen onbekende in de EOR-wereld. Als trainer/adviseur van het Team Metaal van FNV Formaat kwam zij met enige regelmaat in aanraking met EOR’en. Mede door het feit dat Petra een onderwijsbevoegdheid Engels heeft, werd zij ook vanwege deze kwaliteit ook nog wel eens ingeschakeld om Engelstalige trainingen te geven aan EOR’en.
Crisis
Petra valt meteen met haar neus in de boter, want de gevolgen van de huidige economische crisis houden de EOR’en op het moment danig bezig. ‘Veel beslissingen over massaontslagen worden toch vaak concernbreed genomen. Het is zaak dat EOR’en in een zo vroeg mogelijk stadium bij de plannen worden betrokken en nog invloed kunnen uitoefenen. Want het is maar de vraag of al die ontslagen noodzakelijk zijn. Ik merk dat bedrijven heel verschillend op de crisis reageren. Sommige bedrijven gooien er meteen duizend mensen uit, andere wachten liever nog een even’, zo signaleert Petra.
De tijd dat in de EOR’en in periodes van ingrijpende veranderingen - zoals nu bij de meeste bedrijven het geval is - vertegenwoordigers uit de diverse landen ieder voor hun eigen belang opkomen, is volgens Boudewijn voorbij. ‘De meeste EOR-leden zien ook wel in dat het weinig zin heeft om alleen voor de belangen van de bedrijfsvestiging in hun eigen land op te komen. Want het lot van een bedrijfssluiting elders, kan hen morgen ook treffen. De meeste EOR-leden zijn goed in staat om ingrijpende plannen op concernniveau te beoordelen.’
‘Als begeleiders hebben wij ook een belangrijke rol in het bevorderen van die gemeenschappelijkheid in een EOR’, zo vervolgt Petra. ‘Het is onze toegevoegde waarde dat wij als buitenstaander een EOR, met alle verschillen tussen vertegenwoordigers van de diverse landen op het gebied van cultuur, belangen en tradities, tot een eenheid kunnen smeden. Het gaat om het gemeenschappelijke. In Nederland zijn we vaak geneigd om te denken dat we binnen Europa een relatief goede medezeggenschap hebben. In ons land overleggen we veel meer dan in sommige andere landen. Maar het is de vraag of dat ook tot meer medezeggenschap leidt. Ik kijk toch ook wel eens met jaloezie naar de verfrissende wijze waarop Fransen en Engelsen opereren in de medezeggenschap. Ze zetten hun standpunten en eisen wat steviger neer en zijn ook eerder bereid om daar de straat voor op te gaan.’
Volwassen
Volgens Boudewijn zijn in de loop van de twaalf jaar dat hij werkzaam was bij de EOR Service duidelijke stappen gezet op het terrein van de Europese medezeggenschap. Maar de vraag of de EOR in die tijd ook volwassen is geworden, vindt hij moeilijk te beantwoorden. ‘Er zijn een aantal EOR’en die zeker volwassen zijn. Maar er is nog steeds een grote middenmoot die nog stevig aan de weg moeten timmeren om hun rol waar te kunnen maken. In de praktijk hangt de kwaliteit van de EOR toch vaak af van één of twee personen die de kar trekken. Bovendien speelt het management van het betreffend bedrijf ook een belangrijke rol in de kwaliteit van de EOR. Als management de toegevoegde waarde van de Europese medezeggenschap inziet, dan heb je als EOR een betere positie.’
Richtlijn
Volgens Boudewijn is de regelgeving ten aanzien van de Europese medezeggenschap belangrijk, maar niet alles bepalend. ‘Ik heb in al die jaren gemerkt dat de regels voor Europese medezeggenschap betrekkelijk zijn. Uiteindelijk gaat het erom dat een EOR in de praktijk zijn rechten moet verwerven.’
Vlak na zijn vertrek stemde het Europese parlement in met de herziening voor de EOR Richtlijn. Petra: ‘Helaas valt het eindresultaat iets tegen. In begin 2008 waren de verwachtingen over de plannen van de Europese Commissie nog hoog gespannen. Maar door verscheidene partijen is de Commissie vervolgens onder druk gezet en hebben we nu een herziene richtlijn die slechts op enkele punten een verbetering is. Zo zijn de begrippen informatie en raadpleging aangescherpt en is duidelijker geworden dat een kwestie al transnationaal als de besluitvorming in één land plaats vindt en betrekking heeft op een vestiging in een ander land. Maar eerdere plannen om sancties in tevoren en de faciliteiten voor EOR’en te verruimen, ontbreken. Dat is jammer. Het is een gemiste kans.’
Biertje
Boudewijn onderschrijft de woorden van Petra. Maar de gevolgen voor de praktijk zal hij gezien zijn nieuwe functie niet meer meemaken. Wél zal hij de Europese medezeggenschap missen. ‘Ik heb er immers in de afgelopen jaren mijn ziel en zaligheid aan verbonden. En wat ik het meest ga missen? Na afloop van een EOR-vergadering met de Engelse vertegenwoordigers in de kroeg een biertje drinken. Door hun relativeringsvermogen zijn het heel prettige mensen om mee te werken.’
print deze pagina