Draka: minder zetels, meer contact met vestigingen

Draka Holding, de Nederlandse draad- en kabelfabrikant, heeft een nieuwe EOR-overeenkomst afgesloten. In de nieuwe raad heeft niet elk vestigingsland een eigen zetel. Daar staat tegenover dat er gedetailleerde afspraken zijn gemaakt over manieren om werknemers zonder eigen afgevaardigde bij het Europese overleg te betrekken. Ook het informatie- en consultatierecht is steviger omschreven.

Draka heeft sinds 2000 een EOR, die twee keer per jaar bijeenkomt. In 2007 gaf de hr-manager van Draka te kennen te willen heronderhandelen. Op 6 november 2008 werden afspraken gemaakt over een andere samenstelling van de EOR. Landenorganisaties met 50 werknemers of minder hebben geen eigen zetel meer. Ze worden vertegenwoordigd via het dagelijks bestuur. Boven die grens is niet alleen het aantal werknemers maar ook het aantal vestigingen bepalend:

51-450 werknemers: 1 zetel
>450 werknemers, 1 vestiging: 1 zetel
>450-900 werknemers, 2 of meer vestigingen: 2 zetels
>900 werknemers, 2 of meer vestigingen: 3 zetels

‘Dit deel van de overeenkomst maakt het mogelijk dat grote landenorganisaties twee of drie vestigingen een eigen vertegenwoordiger geven in de delegatie die hun land vertegenwoordigt’, zegt Gary Slater, secretaris van het dagelijks bestuur.

Het maximale aantal zetels is vastgesteld op 22, al kan hierover opnieuw onderhandeld worden als groei van de onderneming daartoe aanleiding geeft. Toepassing van de regels brengt voor dit moment met zich mee dat de EOR 19 zetels telt. Werknemers in Denemarken, Estland, Finland, Noorwegen, Tsjechië en Zweden hebben één vertegenwoordiger; Spaanse en Britse hebben er twee en Nederlandse, Franse en Duitse hebben er drie. Vier landenorganisaties (Oostenrijk, België, Italië en Slowakije) zijn te klein voor een eigen vertegenwoordiger. Hun werknemers zullen vertegenwoordigd worden via het dagelijks bestuur.

Communicatie
Bovendien zijn er per land afspraken gemaakt over de communicatie tussen EOR-leden en vestigingen binnen hun landenorganisatie die geen eigen vertegenwoordiger hebben, zowel in de aanloop naar reguliere meetings als in het geval van tussentijdse bijeenkomsten. Hiermee liep Draka vooruit op de nieuwe EU-Richtlijn, die zegt dat in EOR-overeenkomsten de verbinding tussen EOR en lokale medezeggenschapsorganen geregeld moet worden.

Alle EOR-leden van Draka krijgen recht op informatie, communicatiemogelijkheden, scholing, deskundige bijstand en andere faciliteiten per landenorganisatie. De secretaris van het Executive Committee krijgt een ambtelijk secretariaat ter ondersteuning.

De Draka-overeenkomst bepaalt verder dat EOR-leden voor elke meeting schriftelijke informatie krijgen over alles wat meer dan een landenorganisatie raakt, in elk geval bij een reeks met name genoemde onderwerpen. Die lijst is omvangrijk, maar niet limitatief. De informatievoorziening geschiedt in de landstalen. De bijeenkomsten zelf vinden plaats in het Engels, vanwege kosten en efficiency. Alle EOR-leden krijgen recht op Engelse les in werktijd.

De ondernemer belooft, 'voor zover redelijkerwijs uitvoerbaar', met het uitvoeren van voornemens te zullen wachten tot de EOR is geraadpleegd. Afwijkingen van deze afspraak, of van het EOR-advies zelf, zullen worden gemotiveerd.

Nog voor de afspraken een feit waren, zijn ze al in twee gevallen getest, namelijk bij collectieve ontslagen in Wales en in Spanje. Op zichzelf niet bepaald leuk, zegt Gary Slater. 'Maar onder de omstandigheden was ik wel tevreden met de manier waarop de EOR is geïnformeerd en de gelegenheid kreeg om met die vestigingen te communiceren'.


print deze pagina