Verslag discussiemiddag EOR Onderzoek
Ron van Baden (bestuurder van FNV Bondgenoten) en Wim Kooijman (directeur P&O van KLM), plaatsten als gasten hun eigen ervaringen naast die van EOR-leden. Het onderzoek wijst uit dat EOR-leden de verschillen tussen landen nogal eens als 'cultuurverschillen' benoemen, terwijl managers ze vaak als belangenverschillen zien. Uit de discussie bleek dat belangenverschillen inderdaad een rol spelen, en dat het nationale hemd dan vaak nader is dan de solidaire rok. Ronald Dijkstra (NCR) tekende daarbij wél aan dat de uitwisseling van informatie die in een EOR plaatsvindt, voor veel buitenlandse collega's al een groot pluspunt is ten opzichte van vroeger.
Frans van Kollem (St. Gobain) vond dat het teveel benadrukken van 'cultuurverschillen' generalisaties in de hand kan werken. Sommige misverstanden kunnen volgens hem eenvoudig voorkomen worden, door zorgvuldig te communiceren en rekening te houden met verschil in taalgebruik. Zijn punt werd herkend. Jan Lautenbach (Aegon) pleitte ervoor om niet zomaar afstand te doen van tolken. Misschien nog belangrijker is het om de tijd te nemen en goed na te gaan of iedereen hetzelfde bedoelt. HR-manager Kooijman ondervond bij Air France/KLM (een EOR met negentien nationaliteiten) dat hier een kracht ligt van Nederlanders: 'Expliciet maken wat er aan de hand is en waarom mensen vinden wat ze vinden, dat kunnen wij goed'. Kooijman erkende wel dat 'zijn' EOR ook onder Nederlands voorzitterschap niet altijd vrij is van verwarring en misverstand.
Lange adem
Kooijman bleek zelf iemand van de koele belangenanalyses. 'Als er geen overeenkomsten in belangen zijn, heeft een EOR nu eenmaal minder aanknopingspunten, daar moet je nuchter in zijn', vond hij. Dat neemt niet weg dat zijn bedrijf het onacceptabel vindt als managers de EOR mijden. Bij Philips ligt dat anders, zei Ron van Baden. De vakbondsbestuurder vertelde zonder omhaal dat de EOR bij dat bedrijf het erg lastig heeft. Daar zijn objectieve oorzaken voor te noemen. Het vertrek van een aantal ervaren EOR-leden, onder andere door het vervreemden van bedrijfsonderdelen, is daar een van.
Een structurelere oorzaak is dat Philips een wereldwijd opererend 'conglomeraatachtig' bedrijf is, waar werknemers in Maarheze soms meer gemeen hebben met collega's in China dan in Eindhoven. 'Europa' is in de beslissingsstructuur van het concern niet eens een apart niveau. Maar Van Baden vond ook de werkwijze van de EOR zelf tekortschieten, omdat de bedrijfsleiding daar in zijn ogen teveel invloed op heeft gekregen en vakbonden er minder aansluiting vinden dan vroeger. Van Baden relativeerde zijn verhaal enigszins door te zeggen dat Europese medezeggenschap een proces van lange adem is, waarin elke stap vooruit er één is. Maar hij zei ook dat de vakbeweging er momenteel niet erg aan toekomt. 'Ikzelf word nu geleefd door reorganisaties.'
Wetgever
De discussiemiddag bevestigde dat er grote verschillen zijn tussen Europese ondernemingsraden. Dat geldt ook voor relaties tussen een EOR en zijn Europese bestuurders (en commissarissen!). Dat is afhankelijk van allerlei factoren, ook persoonlijke.
Alfred Velgersdijk, de aanwezige vertegenwoordiger van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, wierp de vraag op of informele verhoudingen eigenlijk niet belangrijker zijn dan wetgeving. Daarop kwam de opmerking van een aanwezig bestuurder dat zonder formele bevoegdheden, bestuurders ook niet zo veel belang zouden hechten aan de informele contacten. Waaraan Sjef Stoop toevoegde: 'Ik hoop niet dat het ministerie aan deze discussie de verkeerde conclusies verbindt. Voor een EOR moeten ook de procedurele voorwaarden goed worden ingevuld, anders stuur je ze wel erg het bos in.' Achterliggende aanleiding voor die opmerking: na het aannemen van de bijgestelde Europese EOR-richtlijn hebben de lidstaten tot mei 2011 de tijd om de bijstellingen in hun nationale wetgeving te verwerken.
Na een rechtstreekse vraag van EOR-leden vertelde Velgersdijk dat het ministerie die hele periode nodig denkt te hebben. Daarnaast is minister Donner bezig met het opnieuw bekijken van medezeggenschapsrechten van werknemers in Nederland, na een SER-advies over 'evenwichtig ondernemingsbestuur'. Velgersdijk: 'Bij complexe bedrijven, en zeker als ze grensoverschrijdend opereren, is er een probleem met de afstemming van medezeggenschap op zeggenschap. Onder andere daarover komt eind dit jaar een nota uit. Een voorstel voor een nieuwe wet à la de WMW is niet te verwachten. Wel zal er misschien aangekondigd worden dat de minister op een aantal punten de WOR wil gaan wijzigen.' Op een vervolgvraag antwoordde Velgersdijk dat Nederland de nieuwe EOR-richtlijn volgt, maar geen ruimte ziet om verder te gaan. De richtlijn geeft daartoe geen mogelijkheid . Naar zijn mening hebben sociale partners eigenlijk meer mogelijkheden om de medezeggenschap in de dagelijkse praktijk op een hoger niveau te brengen dan het ministerie. Door hun contacten met EOR-leden en bestuurders staan ze dichter bij de praktijk.
In de wandelgangen zei Velgersdijk dat Nederland bij het implementeren van de nieuwe EOR-richtlijn geen prioriteit zal geven aan strengere sancties. 'Ervaringen met de Nederlandse WOR hebben al uitgewezen dat het moeilijk is om naleving langs die weg te verbeteren.'
print deze pagina