Nieuwe richtlijn niet compleet

Op 30 juni bespreekt Cremers met Nederlandse geïnteresseerden hoe de mogelijkheden van de nieuwe richtlijn het best kunnen worden benut. Wat hem vooral benieuwt is hoe de Nederlandse wetgever gaat optreden tegen bedrijven die de richtlijn naast zich neerleggen. 'Ik heb erop toegezien dat in de nieuwe tekst een formulering kwam die in veel andere richtlijnen ook staat: dat lidstaten moeten voorzien in proportionele, effectieve en afschrikwekkende sancties. Dat is best pittig, maar niet voor niets. De nieuwe richtlijn biedt kansen voor vooruitgang in bedrijven die zich aan de Europese regels houden. Maar er zijn nog steeds veel bedrijven die dat niet doen.'

Er zijn nog twee andere verbeteringen die Cremers op zijn conto schrijft. Ten eerste zorgde hij ervoor dat de nieuwe richtlijn op meer besluiten van toepassing is dan vroeger. Voor 'transnationaliteit' is slechts vereist dat een besluit gevolgen heeft voor werknemers in één andere lidstaat, ook als dat er weinig zijn. Als dat zo is, moet het concern zijn Europese ondernemingsraad informeren en raadplegen. Ook zorgde Cremers ervoor dat werknemers van kleine landenorganisaties vaker in een EOR vertegenwoordigd zullen zijn. Andere verbeteringen, zoals in bevoegdheden en faciliteiten, schrijft hij op het conto van vooral de Europese vakbeweging.

Dat het parlement nog verbeteringen wist toe te voegen sprak niet vanzelf. Na het raadplegen van de Europese partners in 2007/2008 had de Europese Commissie geen zin in welke verdere wijziging dan ook. Om dat te bereiken koos ze voor 'herschikking' in plaats van 'herziening'. Een herschikking is een procedure waarbij het parlement alleen recht van amendement heeft op de gewijzigde delen van een wettekst. Cremers: 'Ook de Fransen, die de EU voorzaten toen de richtlijn in het parlement kwam, vonden nieuwe discussies maar lastig. Die hadden haast om dit binnen hun periode af te handelen. Op mij werd druk uitgeoefend, ook vanuit het EVV: acties van mij zouden verbeteringen op losse schroeven kunnen zetten.’

Cremers liet zich er niet door weerhouden. Hij pakte de voorstellen van Eurocommissaris Špidla, legde er 45 rechterlijke uitspraken naast, en turfde wat er aan de voorstellen ontbrak. Hij kwam tot 11 amendementen. Cremers had zijn eigen fractie gauw overtuigd. 'Anders was ik Don Quichot geworden', zegt hij. 'Gelukkig ziet men in dat we als sociaaldemocraten juist op dit soort punten het verschil kunnen maken.' Maar hij slaagde er ook in om christendemocratische collega's aan zijn zijde te krijgen, waardoor hun eigen woordvoerder, een Britse Tory, het nakijken had. In zijn plaats werd Cremers de 'rapporteur', dat wil zeggen de man die namens het parlement met de Raad van Ministers onderhandelt. Formeel was hij, als lid van de op een na grootste fractie, slechts schaduwrapporteur. Maar in de praktijk was hij het die 's avonds thuis een Franse minister aan de telefoon kreeg om zaken te doen.

Cremers schrijft het succes niet op de eerste plaats toe aan toegevendheid bij de Fransen. Hij denkt vooral dat hij iets op gang heeft gebracht bij sociaal denkende christendemocraten. 'Door mijn jarenlange ervaring in de Europese vakbeweging kon ik ze eraan herinneren dat het voorstel van de Commissie achterbleef bij standpunten die ze zelf in 2002 naar voren hadden gebracht. Daar bovenop kwam de irritatie bij steeds meer parlementariërs over de formele truc van de Commissie. Plotseling stonden ze bij mij en ondersteunden ze al mijn amendementen.'


print deze pagina