Vraag aan de OR Helpdesk

Casus:
De ondernemingsraad is om advies gevraagd over een voorgenomen besluit om de financiële administratie van de stichting onder te brengen bij een overkoepelend orgaan. Hiervoor moet de financiële administratie verhuizen. De medewerkers blijven wel in dienst van de stichting.

Ter voorbereiding van ons overleg met de Raad van Bestuur hebben enkele leden van de OR informeel bij de aanwezige betrokken medewerkers geïnformeerd hoe het leeft bij hun. De directeur P&O maakt tegen ons bezoek bezwaar en meldt dit bij de Raad van Bestuur.

Wij zijn nu op zoek naar artikelen uit de Wor die staven dat wij onze informatie (onaangekondigd) ook bij onze achterban, of een bepaalde groep daarvan, kunnen krijgen. Het bezwaar maken tegen informatie krijgen van onze achterban, tast volgens ons de werkwijze en positie van de ondernemingsraad aan.

Kunnen jullie ons hierover adviseren en ons de richting aangeven waar we moeten zoeken?

Antwoord:
De OR heeft het recht zijn achterban te raadplegen (artikel 17 lid 1 Wor, tweede zin). Dat “raadplegen” hoeft niet per se op een formele wijze en kan ook door individuele OR-leden met individuele werknemers. Artikel 18 lid 1 Wor geeft daar een nadere uitwerking van, namelijk het recht van ieder OR-lid op ten minste 60 uur per jaar voor “onderling beraad” met andere personen.

Deze personen kunnen zowel in de onderneming werkzaam zijn, als daarbuiten. Dit is nadrukkelijk bedoeld om de OR in de gelegenheid te stellen de persoonlijke bevindingen en opvattingen over een bepaalde zaak te vernemen van werknemers die geen lid zijn van de OR (of van personen van buiten de onderneming zoals bijvoorbeeld vakbondsbestuurders).

Als de OR een meer formele bijeenkomst wil organiseren met bijvoorbeeld een hele (grote) afdeling, dan ligt het in de rede dat eerst overlegd wordt met de bestuurder (en de leidinggevende van de afdeling) over plaats, tijdstip en duur.

Margreet Woldendorp
OR-consulent OR Helpdesk
orhelpdesk@fnvformaat.nl
0348 - 497 200






 


print deze pagina